Asbest werd tot ongeveer 1994 in bouwmaterialen verwerkt. Daarna is het verboden. In een huis van vóór 1994 kan het dus in vloeren en wanden zitten, ook binnen. Wij verwijderen geen asbest: dat doet een gecertificeerd asbestverwijderingsbedrijf. Wel weten we waar je op moet letten voordat wij gaan slopen.
Waar het binnen kan zitten
- Vinylzeil met een onderlaag van asbestpapier.
- Vinyltegels (verkocht tot ongeveer 1985) en tegellijm.
- Vensterbanken en schoorsteenmantels, ook van imitatiemarmer.
- Plaatmateriaal rond cv-ketel of boiler, de plaat boven de schouw van een gashaard.
- Kit en mastiek in naden, plafond- en zolderplaten, asbestkarton achter voorzetwanden.
- Isolatie rond leidingen en ventilatiekanalen.
Bron: Milieu Centraal. Aan de buitenkant zie je het niet.
Wanneer een inventarisatie verplicht is
Wie sloopt, moet een asbestinventarisatierapport hebben als hij weet of kan vermoeden dat er asbest zit (Bbl art. 7.9). Dat geldt niet voor delen die na 1 januari 1994 zijn gebouwd. De overheid vat het samen: bij een gebouw van vóór 1994 dat gesloopt of verbouwd wordt, is een inventarisatie door een gecertificeerd bureau verplicht.
Laat je het werk doen, dan geef je de uitvoerder vooraf een kopie van het rapport.
Wat je als particulier zelf mag
Een particulier mag in zijn eigen woning, niet als bedrijf, zonder inventarisatie zelf verwijderen: geschroefde hechtgebonden asbestplaten, asbesthoudende vloertegels en niet-gelijmde asbesthoudende vloerbedekking, samen hooguit 35 m². Melden bij de gemeente blijft verplicht, minstens een week vooraf. Een bedrijf mag zich niet op deze uitzondering beroepen.
Wat wij doen
Is het huis van vóór 1994, dan vragen we naar het inventarisatierapport. Staat er asbest in, dan laat je dat eerst verwijderen; daarna slopen wij de rest. Vinden we onderweg iets verdachts, dan stoppen we en laten we het onderzoeken.